Onderzoeken

Tussen de 4e en 7e dag na de bevalling komt er iemand van het consultatiebureau (GGD) (onaangekondigd) bij jullie thuis voor de gehoortest en de hielprik. De GGD wordt na de geboorteaangifte automatisch ingelicht, daarom is het belangrijk om op tijd aangifte te doen. De hielprik en gehoortest zijn niet verplicht, mocht je er geen gebruik van willen maken, dan kun je dat ter plekke aangeven.

Image

Is je kindje opgenomen in het ziekenhuis, dan wordt de hielprik daar gedaan. De gehoortest volgt dan later nog na thuiskomst.

Hielprik

Bij de hielprikscreening wordt bloed afgenomen door het maken van een klein krasje in de hiel van de baby. Het bloed wordt onderzocht op 17 zeldzame, meestal erfelijke, ziektes die niet te genezen zijn, maar wel heel goed te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Het gaat om een aandoening van de schildklier en de bijnier, een bloedziekte en een aantal stofwisselingsziektes. Met een vroege ontdekking van zo’n aandoening kan onherstelbare gezondheidsschade worden voorkomen doordat de behandeling tijdig kan starten.

Ook wordt gevraagd of het overgebleven bloed van de hielprik gebruikt mag worden voor anoniem wetenschappelijk onderzoek en of je wil weten of je kindje drager is van sikkelcelziekte, een bloedziekte. Als je kindje drager is, leidt dit meestal niet tot (veel) klachten, maar kan hij of zij de ziekte (dragerschap) wel doorgeven aan nakomelingen. Ook betekent het dat minstens 1 van de ouders drager is, die informatie kan waardevol zijn voor de gezondheid van eventuele volgende kinderen.

In principe geldt voor de uitslag: geen bericht is goed bericht. Als je 3 weken na de afname niets hebt gehoord van de huisarts, mag je ervan uitgaan dat de uitslag goed is. Bij een afwijkende uitslag wordt je kindje door de huisarts verwezen naar de kinderarts voor verder onderzoek en behandeling. Bij onvoldoende bloedafname of een twijfelachtige uitslag, kan de GGD contact opnemen om opnieuw bloed af te nemen.

Image

Voor meer informatie ga naar:

Hielprik

Gehoortest

Bij de gehoorscreening wordt middels een dopje in elk oor afzonderlijk gemeten of je kindje genoeg hoort om te leren praten. Je krijgt direct de uitslag te horen. Is de uitslag van de test aan 1 of beide oren niet voldoende, dan wordt de test na ongeveer een week herhaald. Zo nodig volgt ongeveer een week later nog een 3e test met een ander apparaat. Als ook die test aan 1 of beide oren onvoldoende is, wordt het gehoor van je kindje verder onderzocht in een Audiologisch Centrum.

Image

Voor meer informatie ga naar:

Gehoorscreening bij pasgeborenen